U
zult het misschien wel vreemd vinden voor een 32-jarige man om oorlogsvrienden
te hebben – en in het bijzonder vrienden uit Wereld Oorlog II. Maar ik heb ze,
allemaal deel uit makend van de 987ste Engineer Maintenance Company,
onderdeel van het 14de Korps van het 9e leger.
Dit is mijn verhaal.
Het is geen kort verhaal, maar leest u het zeker helemaal
door. Ik denk dat u het interessant zult vinden…………
Achtergrond
Toen ik nog een kind was, was mijn opa, Leo Kavanaugh uit
Chicago, de vader van mijn moeder, een soort held voor mijn broers en mijzelf.
We groeiden op met de verhalen welke mijn moeder vertelde over hem, en zodoende
werd hij een legende in de familie Badger.
Helaas overleed mijn opa toen ik nog maar 2 maanden oud was; ik
heb nooit de kans gehad om hem te leren kennen.

Ik herinner me nog dat ik op zolder zat, kijkend naar
foto’s van hem en zijn kameraden uit de oorlog. Ik had drie favoriete foto’s:
één van hem met mijn moeder, genomen op de dag dat hij terug kwam, op de eerste
dag dat ze elkaar weer zagen; een andere foto met de titel “Ikzelf en Ski in
Marseille, Frankrijk, 1945; en een foto van mijn opa met een andere
Werktuigkundige (GI) staande bij een tafel – zonder titel.
Ik kon uren naar deze foto’s staren, elk detail opnemend,
en mezelf allerlei dingen afvragend: waar zijn ze genomen, wie waren zijn
kameraden, wat dachten ze, waar hebben ze gevochten…..
Terwijl ik opgroeide, vroeg ik mijn moeder meer en meer
vragen over de foto’s. In het bijzonder: “Wie was Ski?” en “Waarom noemden ze
hem zo?”
Maar alles wat mijn moeder zich herinnerde was dat hij
“Ski” werd genoemd omdat hij uit Polen kwam. Ze herinnerde zich ook “iemand uit
Detroit” en dat de oorlog mijn opa deed ‘verstijven’: het “oversteken van de
verschrikkelijke rivier”, “de kou”, “de angst” en “de lijken in het water”.
Daarnaast vertelde ze dat ze nog te jong was om dit te begrijpen en hierover te
vragen voor hij stierf.
Het was dus aan mijzelf om dit uit te zoeken.
Mijn Zoektocht
De zoektocht naar mijn opa’s Compagnie begon eenvoudig:
zoeken op Internet naar de naam van zijn eenheid: het ‘978th Engineer
Maintenance Company’. Er kwam één resultaat uit: een man genaamd Theron
Snell, van wie de vader in de 978e compagnie heeft gezeten, had
een proefschrift over deze compagnie geschreven. Ik stuurde een e-mail naar
Theron en hij stuurde me een kopie van een korte geschiedenis over de 978ste
compagnie, geschreven na de oorlog door een van zijn officieren. Het beschreef
de reis door Engeland, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland, de Filippijnen
en uiteindelijk Japan.
Aan het einde van deze korte geschiedenis stond een lijst
met de naam van elke man die gediend had in de 300-man sterke compagnie.
Ik keek door de naamlijst, afvragend wie deze mannen
waren, en schonk in het bijzonder aandacht aan mannen met een Poolse
familienaam. Ik keek op de Switchboard internet witte pagina´s en startte met
het intypen van de namen van mannen met een vreemde achternaam in de hoop een
mogelijke overeenkomst te vinden. Dit
leverde een aantal resultaten op.
Dus, dacht ik bij mezelf: Wat kan mij het schelen, ik ga kijken of ik enkele van deze mannen kan
vinden. Misschien herinnerden ze mijn opa, misschien ook niet. In ieder geval konden
ze me mogelijk iets meer vertellen over de 978ste compagnie.
Ik schreef een korte brief ter introductie van mezelf en
vroeg of ze me iets konden vertellen over hun tijd in de 978ste compagnie:
herinneringen, anekdotes, het maakte niet uit wat. Ik wist dat sommige adressen
niet juist zouden zijn – andere mensen met dezelfde naam – maar ook dat sommige
adressen wel juist konden zijn. Ik wist ook dat deze mannen op zijn minst al in
de zeventig, tachtig of zelfs al negentig jaar moesten zijn.
Ik hoopte alleen dat ik al niet te laat was.
In eerste instantie was ik enigszins terughoudend. Zouden
deze mannen denken dat ik gek was? Het kon op zijn minst niet echt een leuke
tijd voor hen geweest zijn. Maar ik bedacht dat áls ik het zou gaan doen, dit
dan ook echt nu moest gebeuren. Ik kon niet dertig jaar wachten want dan zou ik
te laat zijn.
Een paar weken nadat ik mijn brieven had verstuurd begon
ik antwoorden te krijgen.
De reacties waren overweldigend.
De eerste paar reacties waren van mannen uit de 978ste die
mijn opa niet kenden, maar mijn interesse waardeerden. Vaak had hun familie
nooit veel gevraagd over hun tijd in de oorlog en was er niet echt veel
interesse voor. De mannen stuurden me brieven met hun ervaringen, foto’s van
henzelf in Europa tijdens de oorlog, en foto’s van hun vriendinnen in
Nederland. Door hun brieven en foto’s leerde ik steeds meer wat de 978ste deed
tijdens de oorlog, en hoe belangrijk en bepalend deze periode was voor hun
leven. Zelfs na 55 jaar waren de herinneringen nog steeds sterk aanwezig:
trots, pijn, verbittering, warme herinneringen aan kameraden of pijnlijke
herinneringen van angst. Iedereen had zijn eigen verhaal.
De 978ste was een onderhouds-compagnie, naar het front gestuurd
voor het repareren van voertuigen, materialen en tanks – vaak onder vuur – of
door deze te verslepen tot achter de linies voor reparatie zodat ze weer terug
konden naar het front. Zoals omschreven door een Werktuigkundige (GI): “We
hadden het niet zo slecht als de infanterie, maar het was nou ook weer geen
picknick”
Een
joodse Werktuigkundige (GI) sprak bitter over de meedogenloze antisemitische
hatelijkheden die hij ontving – niet van de Duitsers maar van zijn mede GIs.
Een ander vertelde over de bittere kou, de angst om
’s nachts te moeten rijden op donkere landwegen zonder lichten zodat ze niet
gezien werden door Duitse vliegtuigen, het gebrek aan slaap, en de angst om
neergeschoten te worden door sluipschutters. Ze vertelden allemaal vol passie
over een klein dorpje in het zuiden van Nederland, genaamd Spekholzerheide,
alwaar ze gestationeerd waren voor ongeveer een maand, kort na de bevrijding
ervan. De inwoners van “Spek” verwelkomden de 978ste met open armen en
behandelden hen als familie. Ik ontving veel foto’s van 978ers met Nederlandse
families en vriendinnen uit Spekholzerheide.
Na vijf of zes reacties vond ik iemand die mijn grootvader
kende, George Patrias uit Detroit, Michigan, USA. We spraken elkaar
verschillende keren via de telefoon en hij vertelde verscheidene verhalen –
niet over de slagvelden, maar over het “zwerven door het Franse landschap,
aangeschoten door de Franse wijn.” Hij vertelde me “Yeah, Leo twee maal mijn
leven gered.” Als ik hem dan vroeg hoe, vertelde hij niets over heroïsche
slagvelden - maar over een ruzie in een bar in Marseille en over te zijn
aangevallen door dronken, messen-zwaaiende Filippijnen in Manilla – en andere
details welke ik gewoonweg niet aan mijn moeder kon vertellen.
Later ontving ik een reactie van een GI genaamd Marvin
Mangham uit Waco, Texas, USA. “Het was een enorme verrassing jouw brief te
ontvangen” schreef hij, “en ik herinner me je opa Leo heel goed. Op een bepaald
moment deelden we samen dezelfde tent.” En, “oh, trouwens,
dit
ben ik staande met Leo op de tafel, op de foto die je me toestuurde.”
Tijdens mijn laatste bezoek thuis in Texas ging ik bij
mijnheer Mangham op bezoek. We spraken over mijn opa en over de oorlog. Hij
herinnerde zich de angstaanjagende momenten bij de vertakking van de rivier de
Ruhr bij Jülich in Duitsland, toen hij en mijn opa er op uitgestuurd waren om
een kraan te repareren – de dode kraanmachinist nog steeds erin – terwijl
Duitse vliegtuigen en artillerie hun pogingen probeerden te verhinderen.
In mijn vrije tijd ging ik door met het zoeken naar nieuwe
adressen en het uitsturen van brieven. En ik bleef brieven en foto’s van GIs
ontvangen en zocht hen ook op. Tijdens een bezoek, raakte een vriend van mijn
opa zo emotioneel om over de oorlog te praten dat hij gewoon niet verder kon.
Zijn dochter vertelde me dat in de 55 jaar sinds de oorlog, dit de eerste keer
was dat hij hierover sprak.
Dit zette me echt weer op aarde. Ik leerde de intensiteit
van de emoties te bevatten en hoe pijnlijk de herinneringen waren die nooit
meer zouden verdwijnen – zelfs niet na 55 jaar.
Ik ontving ook reacties die niet bemoedigend waren:
Chester Lenseski – niet langer woonachtig op het betreffende adres; Joseph
Jablonnski – overleden; Edward Jankowski – overleden. Het leek alsof ik te laat
was om de betreffende Ski te vinden.
Ik had een briefwisseling met Austin Jack Cable uit
Florida, USA. Na drie of vier brieven ontving ik een brief van hem dat hij mijn
interesse waardeerde en een geweer zou sturen welke hij had verkregen in Duitsland
tijdens de oorlog. Hij zei het genomen te hebben van een dode Duitser bij de
Mariagrube koolmijnen vlak bij Aken. Tijdens de lange reis naar de Pacific had
hij iedereen in de compagnie het laten tekenen.
Ik kwam een week later bij mijn ouders huis aan.
Het is een van mijn meest waardevolle bezittingen.
Gaandeweg, bij het verstrijken van de tijd, nam de
correspondentie af, en werd het dus tijd om de resultaten van mijn zoektocht
samen te vatten.
Echter op een avond, terwijl ik in mijn appartement was in
Ierland, ontving ik een telefoontje.
“Hallo, spreek ik
met Jeff Badger?” vroeg de langzame en vaste stem aan de andere kant van de
lijn. “Je spreekt met John Powasnik uit New Jersey, USA. Je kent me misschien
beter als Ski!”
Uiteindelijk had ik dus de betreffende GI gevonden die op
de foto stond met mijn opa. Geen “Ski” als toevoeging bij zijn voornaam, maar
een Poolse bijnaam.
Tijdens mijn bezoek aan thuis had ik gelukkig een overstap
op vliegveld Newark in New Jersey, USA. Ik regelde een lange overstap zodat ik
de legendarische Ski kon bezoeken.
Toen ik bij hem was aangekomen, dronken Dhr. Powasnik en
ik een paar biertjes aan de keukentafel. We praatten over mijn opa en de oorlog
– en over meer belevenissen die ik niet aan mijn moeder kan vertellen.
Op de foto hier zie je John “Ski”
Powasnik met mijzelf in zijn woonkamer in New Jersey.
Dhr. Powasnik had zelf ook foto’s en gaf deze aan mij: één van
hem en mijn opa in Marseille na de oorlog; één van de Nederlandse meisjes die
hun kleren wasten tijdens hun stationering in Spekholzerheide; en één van een
tienjarig meisje uit Spek, Maria Merx, die Ski en mijn opa hielp terwijl zij in
het huis van haar familie gestationeerd waren.
Ik had in het begin nooit gedacht dat ik zo ver zou komen
en dat ik zoveel reacties zou krijgen als die ik had ontvangen. Tot dusverre
had ik correspondentie met meer dan 35 mannen uit de compagnie van mijn opa. Ik
verzamelde meer dan 300 foto’s van de 978ste, en niet te vergeten het geweer.
Maar het meest waardevol vond ik brieven en de verhalen. Hoe hard je het ook
probeert, niemand kan ooit weten hoe het was om daar te zijn. Maar nu heb ik
tenminste enig idee van wat zij hebben moeten doorstaan en een enorme
waardering waar ze het voor deden.
Ik ben ontzettend dankbaar voor ieder van hen om hun
ervaringen met mij te delen.
Er is zoveel meer over deze zoektocht dat ik nog niet heb
verteld: mijn reis naar Duitsland, waar ik plaatsen bezocht waar de 978ste was gestationeerd;
mijn bezoek aan begraafplaats Margraten in Nederland
waar PFC Thomas E. Kulick is begraven, een maat van Ski en mijn opa maar die
doodging op VE-dag; mijn reis naar Spekholzerheide waar ik contact maakte met
een plaatselijke inwoner en alles terugvond over iedereen die op de foto’s
stonden in Spek; mijn bezoek aan het huis van Maria Merx, het jonge meisje die
Ski had geholpen, en waar ik ’s middags thee dronk met haar en haar familie; en
nog veel meer.
Maar omdat web-pagina’s het beste kort kunnen worden
gehouden om de aandacht van mensen vast te houden, laat ik het hier bij.
Heel graag hoor ik van jullie!
Tot slot, op dit moment ben ik een boek aan het schrijven
over mijn zoektocht naar de kameraden van mijn opa uit de oorlog en hoop deze snel
te publiceren. Het boek bestaat uit twee delen: het eerste deel gaat over mijn
verhaal en de reacties die ik heb ontvangen; het tweede deel gaat over
instructies hoe mensen het Internet kunnen gebruiken om mensen uit de oorlog te
zoeken en verhalen over de oorlog te vinden. Als je succes hebt (gehad) met een
vergelijkbare zoekactie als ik, zou ik graag willen horen hoe je dit hebt
gedaan. Stuur gerust een e-mail naar mij. Bedankt!
b a d
g e r j e f f r e y @ h o t m a i l . c o m
of teken mijn gastenboek
[ Sign my GuestBook ] - [ Read my GuestBook ]
Ik hoop dat je genoten
hebt van mijn verhaal.
Jeff
